|
|
Pijl, boog en koker zijn symbolen van de Orde van Odd Fellows.
Daarmee wordt aangegeven dat de pijl die zich op de gespannen
boog bevindt een symbool is voor kracht en macht, en dat de pijl
die op een ontspannen boog ligt een vredessymbool is.
Pijl, boog en koker.
Pijl en boog hadden reeds in de oude culturen een grote symbolische betekenis.
De boog was b.v. het teken van het verbond tussen God en de mensen. De pijl
symboliseert het mannelijke principe en de koker het vrouwelijke, ontvangende
principe. De boog is symbolisch gezien zowel mannelijk als vrouwelijk: mannelijk
voor moed en het afschieten van de mannelijke pijl; vrouwelijk voor de wassende
maan.
Kenmerkend voor de boog is zijn spanning, die de pijl laat wegvliegen en wel
op een doel af, dat buiten de reikwijdte van de arm ligt. De koker leert ons,
dat alles zijn plaats heeft. De bedoeling hiervan is, dat we onze kostbare
ogenblikken niet moeten verdoen met het zoeken naar dingen, die op de verkeerde
plaats liggen. Onze koker van de nuttigheid moet steeds gevuld zijn, opdat
de bereidwillige hand niet op het noodzakelijke moment misgrijpt. In de Griekse
en Romeinse mythologie hadden de pijl en boog een grote betekenis, omdat zij
de attributen van veel goden waren. De boog van Artemis/Diana was het teken
van de wassende maan. De pijl en boog waren de attributen van Apolon/Apollo,
Eros/Amor, Artemis/Diana en de grote jager Orion gebruikte de boog en de pijlkoker.
De wijze centaur Cheiran staat te boek als de uitvinder van de pijl en boog.
Bij de Egyptenaren staat geschreven: een boog is op zich nog geen bruikbaar
wapen. Er is een bijpassende pijl nodig om tot werking te kunnen komen. En
deze pijl is symbool voor de ziel van de mens. De god Atlaua haalde de "onbreekbare
rode pijlen" uit de wateren van de sterfelijke geboorte en schoot ze
met zo' n kracht omhoog, dat ze het hart van de kosmos doorboorden en nooit
meer naar de aarde terugkwamen. Dat zijn de menselijke zielen, die zich net
zoals Atlaua "zullen verheffen gelijk de quetzalvogel", tot ze met
de morgen- en avondster, de onafscheidelijke begeleider van de zonnegod, worden
verenigd. Zoals dat ook geschiedt bij de ziel van de Quetzalcoatl zelf, die
de god van wind en wetenschap der Azteken is. De pijlen werden vaak in relatie
met de zonnestralen gezien en ook met de jacht. De Griekse goden Apollo en
Artemis doodden ermee en de Indische god van de storm, Roedra, zond ziekte-pijlen
weg en Shankara daarentegen pijlen waaraan men zich kon koesteren. De godin
van de Egyptische hete woestijnwinden, Sechmet, stak haar pijlen in de harten,
net zoals de Griekse god Eras, de Romeinse god Amor en de Indische god Kama.
Ook de traditionele shinto, het Zenboeddhisme en de Zuid-Amerikaanse indianen
kenden pijl-en-boog-symboliek. Citaat uit het hindoestaanse Mundaka Upanischad:
"Neem de grote boog van de Upanischad en leg aan met de scherpe pijl
van de toewijding. Span de boog beheerst en tref het centrum van het doel,
de eeuwige geest. De boog is het heilige OM en de pijl is je eigen ziel. Zodra
de pijl vereend is met zijn doel, is de waakzame ziel een met het doel".
Volgens Job 6:4 en Zacharia 9: 13 zijn pijl en boog beeldspraak voor God:
"Want de pijlen des Almachtigen steken in mij, welker gif mijn geest
inzuigt; Gods verschrikkingen stellen zich in slagorde tegen mij op".
God werd vaak als boogschutter afgebeeld en op de miniaturen uit de 12e eeuw
zien we God Adam en Eva met pijlschoten uit het paradijs verdrijven, net zoals
Apollo ooit de Grieken vervolgde.
In de christelijke opvatting betekenen pijl en boog ook wereldlijke macht
(Jeremia 49:35). In de Openbaring van Johannes 6:8 wordt de op een vaal paard
rijdende dood met pijl en boog beschreven. In de Romaanse kunst hoort de boogschutter
thuis in het gebied van de zinnelijkheid en de wellust en is vaak samen met
een haan, vis of een sirene afgebeeld. In de context van sommige bijbelse
teksten komen de pijl en boog positief naar voren, b.v. wanneer de centaur
pijlen op een hert afschiet. (Job 6:4) "Als God de boog spant, dan is
hiermee bedoeld het gerecht; als Hij de boog breekt, dan verwoest hij de krijgsmacht
van de vijand. En Hij maakte mijn mond als een scherp zwaard; in de schaduw
Zijner hand verborg Hij mij. Hij maakte mij tot een puntige pijl, in Zijn
pijlkoker stak Hij mij". (Jesaja 49:2) "Want Ik span Mij Juda, op
de boog leg Ik Efraïm, en wek uw kinderen, o Sion, op tegen uw kinderen,
o Griekenland, en maak u als het zwaard van een held. Dan zal de Here aan
hen verschijnen, en zijn pijl zal als de bliksem uitschieten", zo staat
het geschreven in Zacharia 9: 13. In spreekwoordelijke zin is de niet gespannen
boog net zo onbruikbaar als een wankel moedige huichelaar (Psalm 78:57) en
de afstand van een boogschot wordt genoemd in Genesis 21:16. De boog was ook
zinnebeeld van de oorlog en de seculiere macht, attribuut van de dood, van
de bijbelse boogschutter Ismael en van de heilige Sebastiaan en de heilige
Ursula, die beiden door pijlen werden doorboord. In de islam betekent het
de macht van God. Het aanpakken van het midden van de boog betekent, volgens
een legende, de vereniging van Allah met Mohammed. In het boeddhisme wordt
het als wilskracht aangemerkt. De boog is de wil, die de pijlen van de vijf
zintuigen afschiet. In de Hebreeuwse en Griekse taaltraditie hebben pijl en
boog symbolische waarde en wijzen op "levensimpuls, levensdrang".
De pijl kan een verwijzing zijn naar de zonnestraal en het fallische vruchtbaarheidssymbool.
De pijl en boog herinneren ook aan David en Jonathan en aan het door hen gesloten
verbond. De boog herinnert ook aan Gods speciale voorzorg en de aan Noach
gegeven belofte, dat de aarde nooit weer onder een zondvloed zal hoeven te
lijden. De pijlen leren ons, dat we de dagelijkse taken en de ons opgelegde
verplichtingen dienen te vervullen op de rechte, directe en begrensde weg
van de plicht. Omdat een enkele pijl makkelijk kan worden gebroken, neemt
hij een soortgelijke symbolische positie in als de enkele staf in een bundel
staven. De goddelozen spannen de boog en leggen de pijlen aan om in 't geheim
op de vromen te schieten. (PS ll,12) God plaatste na de zondvloed de regenboog
als teken van het verbond tussen Hem en de aarde. (Genesis 9:13)

|