
|
Geschiedenis van de Orde.
Charles De Weze, Groot Vertegenwoordiger.
De letters I.O.O.F. staan voor: “Independent Order of Odd Fellows” Wat we
zeker weten is dat op 26 april 1819 de eerste Odd Fellowloge in Baltimore
- Amerika werd gesticht.
Lezing ter gelegenheid van bezoeken aan het logegebouw in Antwerpen Mevrouwen,
Mijne Heren, Mag ik U vooreerst danken dat U mij de mogelijkheid geeft om
in uw gezelschap te komen vertellen wat Odd Fellows zijn, hoe zij zijn ontstaan,
waar zij vandaan komen en hoe er wordt gewerkt in een Tempel. Begin 2002 ontvingen
onze Antwerpse loges een bericht van de Stad Antwerpen met de vraag of wij
wilden participeren aan de “Open Monumentendag” die dat jaar zou plaats hebben
op zondag 8 september 2002. Onze medewerking werd gevraagd omdat deze dag
in het teken stond van de “Symboliek”. Wij wisten dat er in het Antwerpse
heel wat mensen waren die zich vragen stelde over de loge. Wij vermoedden
ook dat er heel wat bezoekers naar ons logegebouw zouden kunnen komen. Maar
dat het er zoveel zouden zijn hadden wij nooit kunnen vermoeden. Door het
afwezig blijven van de Vrijmetselarij telden wij op het einde van die dag
meer dan 2.300 bezoekers. Van informatie geven in de tempel was na enkele
tijd geen sprake meer omdat men tot bijna op het einde van de straat stond
aan te schuiven om binnen te kunnen. Wij hebben vooral aan deze manifestatie
meegewerkt om de mist of het gordijn dat toch nog rond een LOGE hangt op te
laten trekken of weg te nemen. De uiteindelijke conclusie is dat de meeste
mensen het een zeer goed initiatief vonden en ook tevreden waren dat zij nu
de kans hebben gekregen om een logetempel te bezoeken. Mevrouwen, Mijne Heren,
Nu wat de geschiedenis van onze Orde betreft: De letters I.O.O.F. staan voor:
“Independent Order of Odd Fellows” Wat we zeker weten is dat op 26 april 1819
de eerste Odd Fellowloge in Baltimore - Amerika werd gesticht. Die eerste
Odd Fellowloge groeide uit tot de Independent Order of Odd Fellows die nu
over vele delen van de wereld is verspreid. De stichter van deze “George Washington
Lodge nr 1” was Thomas Wildey die al op 23 jarige leeftijd Voorzittend Meester
van een Odd Fellowloge in England was. Hij werd in Londen geboren op 15 januari
1782. Slechts weinig is bekend over zijn optreden tijdens zijn verblijf in
Engeland, maar zelfs dat weinige is voldoende om ons ervan te overtuigen,
dat hij met ijver, energie en een diep voelend hart werkzaam was voor het
welzijn van zijn medemensen. In Londen ontstond waarschijnlijk de eerste loge
omstreeks 1736 maar in 1748 blijkt er al een behoorlijke organisatie te bestaan
van de Orde der Odd Fellows. De zoektocht naar het ontstaan van de Odd Fellows
moet dus in Londen beginnen. In de 2de helft van de 17de eeuw was Londen getroffen
door een tweetal grote rampen.
Een pestepidemie in 1665 waarbij 70.000 mensen (15% van de bevolking) het
leven lieten en een jaar later, in 1666, de grote brand van Londen waarbij
in 5 dagen 89 kerken en 13.200 huizen verloren gingen. Het verlies aan bewoners,
gekoppeld aan de grote bouwactiviteiten daarna, betekende dat er een grote
hoeveelheid immigranten Londen binnenstroomden waarvoor geen huisvesting was.
Londen werd een mensverslindende stad waar de toestanden in het begin van
de 18de eeuw bijzonder slecht waren. Door de overbevolking en de slechte behuizing
waren het de mannen uit alle lagen van de bevolking die hun heil zochten in
de lokale pub, de taverne of het koffiehuis. Mensen met gelijke ideeën ontmoeten
elkaar in die gelegenheden. Hier ontstonden de “Friendly Societies” en vele
andere clubs waarvan er sommige nu nog bestaan. Maar bij een zwerftocht door
het Londen van die tijd komen we de Odd Fellows nog niet tegen. Een hint in
de goede richting kregen we in de biografie van Samuel Pepys. In dit boek
lezen we dat hij werd uitgenodigd om lid te worden van een gentleman’s club
en dat hij in 1662 in die club werd opgenomen als “jongere broeder”. Enige
jaren later werd hij bevorderd tot “oudere broeder” en in 1672 werd hij verheven
tot “Meester”. Hieruit blijkt dat er zelfs in de 2de helft van de 17 eeuw
organisaties bestonden die gebruikt maakten van termen als “broeder” en “meester”
En hier hebben we dan te maken met vermoedelijk een Vrijmetselaarsloge. Het
woord “Vrijmetselaar” komen we ook tegen in een artikel in 1910 bij het 100
jarig bestaan van de Manchester Unity – broederorganisatie van de Odd Fellows.
Inderdaad, Thomas
Wildey ontving in 1819 het Charter voor Amerika van de Manchester Unity. Daarin
lezen wij ook dat de eerste Odd Fellow loges omstreeks 1736 ontstonden in
de Londense tavernes. Ze hielden 4 keer per jaar een bijeenkomst. Het lidmaatschap
kostte 2 guineas per jaar terwijl het nog eens 3,50 pond kostte om de verschillende
graden te krijgen. De rituelen, emblemen en organisaties waren maçonniek wat
zou aantonen dat het een organisatie was die door Vrijmetselaars was gesticht.
Over het ontstaan en de geschiedenis van de Vrijmetselarij doen ook meerdere
verhalen de ronde.
Zeker is dat wij de Vrijmetselaars als loges van steenhouwers
tegenkomen in de Middeleeuwen bij de bouw van kathedralen, kerken en kloosters. Gezien het feit dat het bouwen van een kathedraal als regel meer dan een mensenleven
in beslag nam is het duidelijk dat die vaklieden veelal hun hele leven werkzaam
waren op dezelfde bouwplaats en dat de loges van steenhouwers op zo’n bouwplaats
een min of meer permanent karakter hadden. Ongetwijfeld hadden ze daar ook
een soort onderkomen, een bouwkeet of een werkplaats en dat verklaart dan
tevens hoe we aan het woord “loge” zijn gekomen. Het Engelse woord voor loge
‘Lodge” dat we overigens pas in de 13de eeuw in de Engelse taal tegenkomen,
betekende toen “schuilhut” of “klein onderkomen”, terwijl het werkwoord “to
lodge” kan worden vertaald door “verblijven” of “tijdelijk wonen”. Die groepen
steenhouwers, die zich “loges” zijn gaan noemen, waren dus degenen die gebruik
maakten van de loge op het bouwterrein. Gezien de aard van hun werkzaamheden
werkten de steenhouwers vrijwel altijd voor een zeer rijke opdrachtgever en
dat was in die tijd de kerk van Rome waarbij de kloosters als bron van kennis
ongetwijfeld een belangrijke rol speelden. Dat ging blijkbaar allemaal goed
totdat in 1534 Hendrik VIII brak met Rome. Dit betekende dat de kloosters
werden gesloten en dat alle rijkdommen van kerken en kloosters in beslag werden
genomen. Hierdoor kwam er een einde aan de geldstroom die het bouwen van kerken
mogelijk maakte. Het betekende ook dat er plotseling veel te veel steenhouwers
waren. Toen Hendrik VIII in 1545 opnieuw veel geld nodig had legde hij door
de Chantries Act van 1545 en 1547 beslag op de bezittingen van alle katholieke
organisaties zoals broederschappen en gilden hetgeen betekende dat in de periode
nà 1600 de meeste van deze organisaties verdwenen waren. Een aantal Vrijmetselaarsloges
kon overleven door hun loges open te stellen voor niet steenhouwers. In eerste
instantie werden architecten in de loges opgenomen, later gevolgd door wetenschappers,
landeigenaars en kooplieden. Door het toelaten van niet-steenhouwers ontstaat
er in de loges een tweedeling tussen de oorspronkelijke operatieve vrijmetselaars
en de nieuwe speculatieve vrijmetselaars waarbij de laatste groep steeds meer
de dienst gaat uitmaken.
Alhoewel het woord loge nog steeds wordt gebruikt zijn de loges nu meer gentleman’s
clubs geworden zoals we die in Londen in de 2de helft van de 17de en de 1ste
helft van de 18de eeuw veel meer aantreffen. Het zijn dan de invloedrijke
leden van een 4 tal, deels nog operatieve Londense loges die ervoor zorgen
dat op 24 juni 1717 de 1ste Grootloge wordt gesticht. Vanaf dat moment ontstaat
er grote onrust in de Vrijmetselarij, een onrust die tot ongeveer 1760 zou
duren. Alles wordt in het werk gesteld om meer invloedrijke leden aan te trekken
en dat lukt want al gauw zijn grote geleerden en hertogen lid van de organisatie
en maken zij in hoge mate de dienst uit. Dat dit niet altijd in de smaak valt
bij een deel van de logeleden moge duidelijk zijn en er zijn in die tijd ongetwijfeld
logeleden geweest die zich in hun loges niet meer thuis voelden en die besloten
om hun loges te verlaten. Het is dan ook niet te verwonderen dat we juist
in die tijd omstreeks 1736 voor het eerst een Odd Fellow loge tegenkomen.
Dat zou dan tegelijkertijd ook een goede verklaring zijn voor de vreemde naam,
want alhoewel het woord “Odd” vele betekenissen heeft, betekent het ook: “
dat wat overblijft” en “Fellows” vertaald door “Broeders” is zeker niet fout.
En dus werden die “overgebleven broeders” de “Odd Fellows” genoemd. Zij waren
dus Vrijmetselaars die onder de naam “Odd Fellows” een nieuwe organisatie
stichtten. Mogelijk dateert uit die tijd ook het gezegde dat in de Vrijmetselarij
de ronde doet dat “Odd Fellowship is poor man’s masonry” wat wil zeggen: “Odd
Fellowship is vrijmetselarij voor de arme man”. De ritualen van de Odd Fellows
zijn anders dan die van de Vrijmetselaars hoewel de organisatiestructuur van
onze Orde en de ritualen die wij nog steeds hanteren een maçonniek karakter
hebben. Waar liggen nu onze Roots? Onze stichter, Thomas Wildey, was een smid
die op 30 juli 1817 van Londen emigreerde naar Noord-Amerika. Op 12 september
van datzelfde jaar bereikte hij Baltimore waar hij probeerde een nieuw bestaan
op te bouwen. De eerste jaren zal hem dat niet gemakkelijk zijn gevallen.
De Verenigde Staten stonden nog in de kinderschoenen. De Statenbond bestond
pas 36 jaar en kreeg een grote stroom gelukzoekers te verwerken. De tegenstellingen
tussen arm en rijk waren zeer groot en er heerste grote onveiligheid in het
land. De heersenden mentaliteit was: zorg in de eerste plaats voor jezelf
ook al gaat dat ten koste van een ander. Overal heerste wel angst. Kort nadat
Thomas Wildey in de Nieuwe Wereld voet aan wal had gezet braken er ernstige
epidemieën uit. Vele vluchtten om aan het gevaar van besmetting te ontkomen. Met behulp van een aantal vrienden deed hij wat hij als zijn plicht zag. Daarbij
was het aandeel van de vrouwen essentieel. Reeds toen ontstond de opdracht
die de Orde tot de hare heeft gemaakt n.l.: om de zieken te bezoeken, de bedroefden
te troosten, de doden te begraven en de wezen op te voeden. Later is daaraan
toegevoegd: “De weduwen te steunen” en in deze vorm vinden we de opdracht
op het zegel van de Grootloge. Thomas Wildey gaf ons met die woorden een hernieuwde
opdracht. De vraag wordt immers gesteld of die opdracht in deze moderne tijd
nog wel geldt. Vele taken die voorheen onder liefdadigheid vielen en vaak
door Odd Fellows werden vervuld zijn intussen overgenomen door de samenleving.
In ons land en in een klein aantal andere landen heerst een grotere welvaart
dan ooit tevoren. In onze samenleving heerst tenminste een “basis” van rechtvaardigheid,
vrijheid, bestaanszekerheid en veiligheid. Natuurlijk weten wij allen dat
dat voor grote delen van de wereld niet geldt maar bij ons zijn armoede en
ellende minder zichtbaar geworden. Techniek en wetenschap ontwikkelden zich
in een duizelingwekkend tempo en brachten comfort, amusement en snelheid in
ons leven. Er is geen gebrek aan informatie over elk denkbaar onderwerp en
de beelden uit alle delen van de wereld spoelen dagelijks over ons heen. Maar
het is de vraag of de menselijke noden door dit alles nu zoveel zijn verminderd.
Juist door die snelle ontwikkeling en de overvloed aan informatie samen met
de materiële voorspoed raken veel mensen in de knel. Vereenzaming en geestelijke
armoede zijn de schaduwzijden van de welvaart. De traditionele verbanden waarin
over geestelijke waarden werd gesproken en waarin velen zich herkenden en
houvast vonden werden opengebroken of functioneren ontoereikend. Mensen en
instituten hebben het tempo van de ontwikkelingen niet kunnen bijhouden en
ze lijken soms aan de welvaart ten onder te gaan. Daarom mevrouwen, mijne
heren, kan de vraag worden gesteld of het Odd Fellowship in de bestrijding
van deze niet materiële nood een rol kan spelen? In ieders omgeving zijn er
mensen die eenzaam en maatschappelijk gedesoriënteerd zijn en die om aandacht
en hulp vragen. Er zijn zoveel vormen van menselijk lijden waarvoor bezit,
rijkdom of kennis geen soelaas bieden. Juist daar wordt van de Odd Fellows
iets verwacht. Van elke Odd Fellow individueel. Die persoonlijke inzet is
ook heden ten dage hoog nodig, misschien wel meer dan ooit. Maar het bestrijden
van deze noden vraagt moed en geestelijke kracht. Als onze Orde iets daarvan
aan haar leden kan schenken voldoet zij, als Orde, aan deze vernieuwde opdracht.
De opdracht die Thomas Wildey ons in 1819 gaf onderlijnt duidelijk de “medeverantwoordelijkheid”
voor hetgeen zich als samenleving op aarde afspeelt”. De aanmoediging en de
bezieling die we daarvoor nodig hebben vinden we in de zittingen van onze
loges. Het Odd Fellowship wordt dan tot een onuitputtelijke bron van inspiratie
en kracht en iedere Odd Fellow voelt zich opgenomen in een “groter geheel”.
Tot daar mevrouwen, mijne heren, een stukje geschiedenis van onze Orde. Ik
geef nu graag het woord aan een zuster die U het ontstaan zal verklaren van
de vrouwelijke tak van onze Orde.
Mevrouwen, Mijne Heren, Aanvankelijk
was de I.O.O.F. een uitsluitend mannelijke aangelegenheid, maar daar bij de
hulpverlening aan de medemens, de vrouw onontbeerlijk bleek werd in 1851 ook
de vrouw toegelaten tot de Orde. In het begin beperkte dit zich echter uitsluitend
tot de vrouwen, weduwen en dochters van broederen. Het is door de stuwende
kracht van Broeder Schuyler Colfax dat de vrouwen ook als volwaardig lid in
de Orde zijn kunnen toetreden. Schuyler Colfax werd op 23 maart 1823 in New
York geboren. Hij trad toe tot de Odd Fellows op 18 februari 1846. Hij werd
lid van de South Bend Lodge nr 29 en spoedig daarna trad hij ook toe tot het
Branel Kampement. Op 26 jarige leeftijd werd hij verkozen tot lid van de Grootloge
van Indiana, verwierf hij de graad van het Grootkampement en werd daarna vertegenwoordiger
van de staat Indiana bij de Grootloge van de Verenigde Staten. In de geest
van die tijd was het een waagstuk om zich te beijveren voor het oprichten
van volwaardige vrouwenloges. In 1868 werd Colfax Vice-President van de Verenigde
Staten, een functie welke Colfax uitoefende tot in 1873. Zelfs gedurende zijn
Vice-Presidentschap vond hij nog de tijd zich voor de Orde in te zetten. Na
het verlaten van de politiek voorzag Colfax zich in zijn bestaan door het
houden van lezingen. Eén van deze verplaatsingen werd hem fataal en hij stierf
op 13 januari 1885 in Mankotta in de staat Minnesota. Het motief om in de
19de eeuw tot de Orde toe te treden ligt voor de hand. Het was een onzekere
maatschappij vol sociale beroering, onrecht en armoede. De sociale bewogenheid
om s teun te willen verlenen aan anderen die in armoede waren gedompeld en
niet van gelijke rechten konden genieten, kon vele aanspreken. Dit geldt vandaag
steeds nog voor beide takken van de Orde. Maar naarmate de materiële welvaart
toenam, kwam de bespiegelende aard van de Orde meer op het voorplan. Vooral
toen de Orde zich in Europa ging uitbreiden, stelde men zich, naast de hulpverlening,
ook in op geestelijke verdieping. In 1920 werd te Amsterdam de 1ste vrouwenloge
in Nederland gesticht. In 1975 werd in Antwerpen de Aurora Loge opgericht.
De vrouw in de Odd Fellow Orde heeft een eigen stijl. De ritualen verschillen
van deze van de broederen hoewel de intentie dezelfde is. Wij kunnen dus beiden,
zowel mannen als vrouwen, de Loge naar eigen aard en sfeer beleven om samen
onze doelstellingen te bereiken.
Mevrouwen, Mijne Heren, De
1ste loge van de Independent Order of Odd Fellows in de Nederlands-Belgische
Jurisdictie, werd opgericht in Amsterdam - op 17 maart 1877 onder de naam
van de Paradijs Loge nr 1. De Belgia Loge zag het levenslicht op 2 september
1911 en bestaat dus meer dan 90 jaar. Wij zijn geen Service Club, en zoals
ik reeds zei, geen Vrijmetselarij, maar aspecten daarvan spelen ook bij ons
een rol. U heeft ongetwijfeld gehoord uit wat voorafging dat er een parallel
kan worden getrokken tussen de Vrijmetselarij en het Odd Fellowship. Het
vervolg van mijn uiteenzetting zal het U nog duidelijker maken.
Hoe verloopt een tempel zitting ?
De werking
van de loges, zowel de zuster- als de broederloge, situeert zich vooral in
logebijeenkomsten die uit 2 delen bestaan: de Tempelzitting en de na zitting.
Eigenlijk kennen we drie soorten Tempelzittingen nl. inwijdingen van nieuwe
leden, inwijdingen in een hogere graad en de normale wekelijkse tempelzittingen
en bijeenkomsten. Voor de zetel van de voorzitter staat het altaar, dat is
opgebouwd uit zeven stenen. Op deze stenen staan, vanonder naar boven, de
volgende woorden geschreven: Reinheid – Vriendschap – Liefde – Waarheid –
Trouw – Hoop en Liefdadigheid. Zij vormen samen ons groot ideaal, “de verdraagzaamheid”.
Op het altaar staat een kaars, die ons voorhoudt dat wij het licht van onze
idealen moeten uitstralen. Daarnaast ligt een Bijbel. Deze wordt niet in godsdienstige
zin door ons gehanteerd, maar beschouwd als het boek van de wijsheid. Immers
zijn de regels van de samenleving in onze Westerse wereld geënt op datgene
wat in de Bijbel te vinden is. Voor het Altaar ligt een mat met de letters
I.O.O.F. Bij bijzondere gebeurtenissen speelt deze mat een rol. Aan de wanden
van de Tempel hangen onze symbolen. Zij herinneren ons, evenals de woorden
op het Altaar, aan de taak die wij vrijwillig op ons hebben genomen door lid
te worden van de Odd Fellow Orde om onze idealen Vriendschap, Liefde en Waarheid
na te streven. Het Odd Fellowship vraagt het geloof in en/of de erkenning
van een Hogere Macht. Wij zeggen er echter onmiddellijk bij dat wij U de vrijheid
geven tot een eigen beleven daarvan, of die nu aan de Bijbel gebonden is of
niet. De Bijbel op zich bevat waarheden en richtlijnen voor goede intermenselijke
verhoudingen. Wij Odd Fellows houden ons tijdens onze zittingen ook aan enkele
regels: - wij discussiëren in de Tempel niet over politiek of godsdienst omdat
deze slechts verdeeldheid kunnen zaaien tussen de leden; - ook wordt van ieder
lid verwacht dat hij in de Tempel uitsluitend het woord richt tot de Voorzittend
Meester, staande voor zijn zetel en na verkregen toestemming. Bij de inwijdingen
verloopt een zitting geheel volgens een voorgeschreven rituaal. In deze zittingen
wordt het gedachtegoed van de Orde via een aantal wijze lessen bekend gemaakt.
De normale wekelijkse bijeenkomsten geven, binnen een minder strak rituaal,
de mogelijkheid aan de V.M. ; de O.V.M. en een van de andere broederen om
door voorwoord, slotwoord en bouwsteen op persoonlijke wijze het gedachtegoed
van de Orde te verduidelijken en door praktische voorbeelden tot leven te
wekken. De besloten, rustige omgeving, de muziek de sfeer binnen de Tempelmuren
geven ons de mogelijkheid om tot rust te komen en ontspannen te luisteren
naar wat er wordt gezegd. Naar andere kunnen luisteren zonder onmiddellijk
commentaar te geven is voor Odd Fellows heel belangrijk. Een goed Odd Fellowgezegde
is dan ook: “Spreken is zilver, luisteren is goud.” De zittingen in de Tempel
worden wel beschouwd als een leerschool, als een voorbereiding op ons werk
buiten de tempel. Dat werk bestaat ook uit twee delen n.l. de na zitting in
de broederkring en vervolgens ons werk in de samenleving. In de na zitting
kunnen de broederen terugkomen op de werkstukken die in de tempel werden gebracht.
Dit is niet onbelangrijk omdat, zoals ik reeds zei, tijdens de zitting over
onderwerpen met een politiek of godsdienstig karakter niet mag worden gedebatteerd.
Maar zelfs dan hoeft niet iedereen het eens te zijn met de spreker. Tot slot
wil ik nog zeggen dat wij proberen in de nazitting een goede, broederlijke
sfeer te scheppen en indien er meningsverschillen zouden zijn die meteen uit
te praten. Onze beginselverklaring is de peiler van ons bestaan, zij luidt:
het Odd Fellowship vraagt het geloof in en/of een erkenning van een Hogere
Macht onder aanvaarding van ieders recht tot het zelfstandig beleven daarvan
en is gebaseerd op de gedachte: - dat de mens als denkend wezen mede verantwoordelijk
is voor hetgeen zich als samenleving afspeelt op aarde; - dat die verantwoordelijkheid
praktisch gestalte krijgt in het geven van Vriendschap, het bewijzen van Liefde
en het zoeken naar Waarheid. Op deze wijze streeft de Orde, onder andere door
het houden van logezittingen, ernaar om die eigenschappen in de mens te ontwikkelen,
die leiden naar een grotere harmonie in de samenleving, naar verdraagzaamheid
jegens de medemens en – uiteindelijk – naar de Broederschap onder alle mensen.
Mevrouwen, Mijne Heren, ik ben er zeker van dat nog niet alle vragen werd
geantwoord. Wij zijn benieuwd naar uw reactie. Ik dank U voor uw aandacht.
Samengesteld door Charles De Weze.
|
|